Wanneer hebben voetgangers voorrang? Dit zijn de regels

Voetgangers spelen een belangrijke rol in het verkeer, maar dat betekent niet dat ze altijd overal voorrang hebben. Er zijn specifieke situaties waarin bestuurders voetgangers voorrang moeten geven. In dit artikel leggen we duidelijk uit wanneer voetgangers voorrang hebben, zodat je precies weet hoe je veilig en volgens de regels kunt deelnemen aan het verkeer.

Voetgangers en voorrang: de basisregels

Hoewel voetgangers niet standaard voorrang hebben, zijn er vier duidelijke situaties waarin bestuurders wél verplicht zijn om hen voor te laten gaan. Hier bespreken we ze één voor één.

1. Voorrang op een zebrapad

De meest bekende regel: voetgangers hebben voorrang als ze oversteken of van plan zijn om over te steken op een zebrapad. Dit geldt ook voor bestuurders van fietsen, scooters en andere voertuigen.

  • Belangrijk om te weten:
    • Let altijd extra op bij slecht weer of in de buurt van scholen, waar voetgangers onverwachts kunnen oversteken.

Tip voor bestuurders: Houd bij zebrapaden je snelheid laag en scan actief de omgeving.

2. Blinden, slechtzienden en mensen die zich moeilijk voortbewegen

Als je een blinde met een blindengeleidestok ziet of een persoon die zich moeilijk voortbeweegt (bijvoorbeeld met een rollator of rolstoel), moet je altijd voorrang geven. Dit geldt zelfs als er geen zebrapad in de buurt is.

  • Waarom deze regel belangrijk is: Deze weggebruikers hebben extra tijd nodig om over te steken en zijn vaak afhankelijk van jouw medewerking.

Voor voetgangers: Maak je intenties duidelijk, bijvoorbeeld door een handgebaar of rustig naar het oversteken toe te bewegen.

3. Rechtdoorgaande voetgangers op dezelfde weg

Een belangrijke (en soms vergeten) regel: als een voetganger rechtdoor gaat op dezelfde weg, heeft deze voorrang op afslaande bestuurders.

In dit voorbeeld heeft de voetganger voorrang op de afslaande auto.
  • Praktisch voorbeeld:
    • Je rijdt op een kruispunt en wilt rechtsaf slaan. Als er een voetganger rechtdoor steekt, moet je stoppen en de voetganger voorrang geven.
    • Dit geldt ook voor fietsers en scooters die rechtdoor gaan.

Tip: Kijk altijd goed in je spiegels en check kruispunten tweemaal voordat je afslaat.

4. Bijzondere manoeuvres: uitritten, parkeren en keren

Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre moet je altijd andere weggebruikers, inclusief voetgangers, voorrang geven. Dit geldt bijvoorbeeld bij:

  • Het verlaten van een uitrit.
  • Het wegrijden van een parkeerplaats.
  • Het keren op de weg.
In dit voorbeeld moet de auto de voetganger voor laten gaan omdat er sprake is van een uitritconstructie, te herkennen aan het doorlopende voetpad.

Praktische tip voor bestuurders: Kijk niet alleen naar auto’s of fietsen, maar ook naar voetgangers in je directe omgeving voordat je begint met een manoeuvre.